<$BlogRSDUrl$>

4.9.04

“t is eerst beurt”

Na lang wikken en wegen, toch een knoop doorgehakt: ik stop als Statenlid. Met de komst van onze tweeling is de combinatie werk, politiek en privé in een ander daglicht is komen te staan. Een modern gezin met twee werkende mensen en twee kersverse mannetjes vraagt behoorlijk wat energie. En om dan een vader te zijn die op zondag futloos het vlees snijdt? Nou nee niet mijn ideaal, kinderen opvoeden en alle bijkomstigheden die daar bij horen doe je met z’n tweeën.

Niettemin was het geen gemakkelijke keuze. Want er is natuurlijk meer dan alleen het leven tussen de vier muren aan de Verlengde Nieuwstraat nr. 5. De politiek is de afgelopen veertien jaar een behoorlijk onderdeel van mijn leven geweest. Maar ook voor een politieke junk kan het geen kwaad zo af en toe wat af te kicken

Niettemin afscheid nemen is moeilijk. Afgelopen donderdag heb ik afscheid genomen van de fractie. Lovende woorden van William en Marc, en een applaus aan het einde van de vergadering. Niet iets waar je echt koud onder blijft…….

Woensdag heb ik de laatste Statenvergadering. Ik zal het missen, nee niet die ellenlange sessies. Wel de debatten met mijn collega’s in de commissie. Over de koers van welzijn, de bestrijding van wachtlijsten in de zorg en het Huis van de Groninger cultuur. Gaandeweg ben ik steeds meer van het politieke debat gaan genieten. In het debat zit naar mijn mening de kern: een parlement zonder soms felle politieke confrontaties is zijn naam niet waardig. Maar hoe fel de politieke controverse ook kan zijn, respect voor elkaars overtuiging staat voorop en compromissen horen in een democratie thuis. Uit de reacties van links tot rechts blijkt dat mijn intenties op dit punt gelukkig over zijn gekomen!

Maar nu verlaat ik dus de politieke arena van de provinciale politiek. De politieke handschoen, waar Marc het op z’n weblog over heeft, zal ik, over een tijdje met frisse geest en moed zeker weer op pakken!

Comments-[ comments.]

17.8.04


Boer Brothers Posted by Hello

Boertje(n)s

De afgelopen weken was ik hier de grote afwezige want: DE TWEELING, oftewel Julian en Nino zijn er! Laiverdjes eh!

De afgelopen weken is huize Boer- van de Wetering omgeturnd tot een waar 24-uurs bedrijf, intensief zo’n tweeling! Moeilijk te combineren: een tweeling, een baan, het Statenlidmaatschap en last but not least een relatie! De afgelopen weken zijn dan ook in een roes voorbij gevlogen. Gelukkig gaat het ze goed en zo langzamerhand beginnen de koppies steeds meer “Hollands welvaren” te vertonen.

Inmiddels is het politieke seizoen weer begonnen. Dit keer met een aftrap van Joop Boertjens. Met zijn analyse over de Staten ben ik het, zij het in andere bewoordingen, grotendeels eens. Zie hiervoor de vorige blog!

Wat me wel in het verkeerde keelgat schoot is de vergelijking van de PvdA met de communisten uit het voormalig Oostblok. Een groteske en onheuse vergelijking. Persoonlijk vind ik dat ver beneden peil. Waar slaat dat op om de sociaal-democratie te vergelijken met een dictatoriaal regiem. Volstrekt respectloos!

Bovendien ook niet consistent. Want een echte “wende”- leider corrumpeert zich niet vier jaar lang aan een “Oostblok”-partij. Voor Boertjens is dit jarenlang geen enkele belemmering geweest om samen met drie PvdA'ers en een PvdA commissaris in één college te zitten.

Sterker nog van de immer goedgehumeurde Boertjens nimmer enig wanklank over zijn sociaal-democratische coalitiegenoten. En ook het laatste jaar hield Boertjens zich liever met de Groninger koek bezig dan met gedegen oppositiewerk. Een stiel die de lichtvoetige liberaal overigens uitermate goed ligt. Of heb ik mij in hem vergist en gaat achter zijn glimlach een gekweld en getergd man schuil?

Boertjens heeft, met dergelijke bewoordingen, in de media een grote broek aangetrokken. Eens kijken wat daar in de Statenzaal van over blijft!



Comments-[ comments.]

27.6.04

Overkill? Of met het hoofd bij….
Het is lang radiostil geweest op deze site. Vlak voor het Statenreces gaat de metaalmoeheid er ook bij mij een beetje in zitten. Gisteren was ik op een receptie bij Hans Alders. Traditioneel de afsluiting van het jaar. Echt bruisen wou het niet. En het is net of er sprake is van een een enorme vergadermoeheid.
Het dualisme heeft ertoe geleid dat de vergaderfrequentie enorm omhoog is geschroefd. Er gaat bijna geen woensdag voorbij of er wordt wel een extra activiteit gepland. Tegelijkertijd heb ik het idee dat GS steeds meer accelereert. En wel zodanig dat PS in verwondering achter blijft. Misschien moeten we het over een andere boeg gooien. We hebben als Staten het oude monisme nog in onze genen zitten. Tijdens debatten is GS vaak nog het aanspreekpunt in plaats van de collega’s. We moeten niet zozeer op de (mede-) bestuurderstoel gaan zitten, maar ons meer politiek profileren (thema’s agenderen, kaders bepalen). Dan blijven we ook niet hijgerig achter GS aanrennen. Maar dat gaat “ons” nog lastig af.
Of zit ik met mijn hoofd bij andere dingen? Eind deze week hoop ik vader van een tweeling te worden. De één ligt nu al dwars en de ander in een stuit, dus dat belooft wat ….;-). Dat zorgt ervoor dat ze (op afspraak!) via een keizersnee ter wereld zullen moeten komen. Gelukkig gaan we al de 39ste week in (de gemiddelde tweeling komt met 37 weken ter wereld), en ziet het er naar uit dat de baby’s behoorlijk volgroeid zijn. Deze zomer dus geen vakantie, maar omschakeling naar een gezinsleven, dus handen uit de mouwen!
Voor het zover is, kan ik nog een keer ‘vlammen’(tenminste dat hoop ik, als de tweeling zich spontaan eerder aankondigt verandert dat de zaak). Op woensdag is er een extra debat over de inzet van het welzijnsbeleid voor de komende jaren. Samen met mijn commissieleden heb ik daar veel voorbereidingstijd in gestoken. Ik ben benieuwd wat het woensdag gaat opleveren! Hopelijk wordt het een leuk debat in de Statencommissie.
Daarna gaat het roer om en stap ik in de wondere wereld van de geboorte en de “lutje potjes”!

Comments-[ comments.]

16.5.04

Treindebacle!?
De nieuwe nota ruimtelijke ordening is uitgekomen. Daarin staat ook de snelle treinverbinding Amsterdam-Groningen opgenomen. Wat velen voor luchtfietserij hebben versleten komt stapje voor stapje dichterbij!

In de Elsevier van 8 mei probeert Syp Wynia de snelle treinverbinding, specifiek de zweeftrein, onder de kop ‘treindebacle’, de grond in te boren. Hij doet het af omdat het volgens hem niet helpt voor ‘perifere regio’s’. En voorziet het daarbij van het argument dat het hoogstens ‘twee wereldorpen’ met elkaar verbindt, met andere woorden Nederland is te kleinschalig voor een snelle verbinding.

Ik vind dat hij ongelijk heeft. In een kennissamenleving valt of staat alles met netwerken. Het is opmerkelijk maar de moderne technologie zorgt er alleen maar voor dat mensen op elkaars lip willen zitten. Kenniswerkers leven van contacten. Dit heeft ook gevolgen voor de positie van de regio. Het netwerk van de kennissamenleving trekt zich namelijk weinig van grenzen aan. De brandpunten van de kennissamenleving zijn met elkaar verbonden, en de tussenliggende gebieden ‘vallen in het (virtuele) niet’.

De motor van de kennissamenleving zit in de Randstad. Traditioneel blazen we met onze ict en kennis infrastructuur een partijtje mee. Een ding belemmert ons echter: de grote afstand ten opzichte van de Randstad. Het beeld van het hoge Noorden blijft ons parten spelen.

Bij een zweeftrein is dat in een klap naar de achtergrond verdrongen, want je schiet qua reistijd Groningen-Amsterdam onder de uur! Daarmee worden we simpelweg een onderdeel van de Randstad circuit. Voorstanders van een ‘splendid isolation’ gruwen van dit beeld. Maar welk perspectief schotelen ze ons voor? Eentje van rust en stilstand…..Dat is niet waar ik voor kies, de zweeftrein zal onze regio een enorme oppepper geven!

Bovendien is ons land bij uitstek geschikt om een zweeftrein aan te leggen. Juist omdat het de voordelen van een metro heeft (vele stops zijn simpel mogelijk, zonder al teveel tijdverlies) en kan middenlange afstanden pijlsnel kan overbruggen. Dat is toch ideaal voor onze polderdelta. Helemaal als het ook nog kan worden doorgetrokken naar Bremen en Hamburg.
Dus op voor de zweeftrein!

Comments-[ comments.]

7.5.04

Noodzakelijke solidariteit!
Beginselen kunnen niet zonder debat. Nu heeft het debat rondom het beginselprogramma nog maar weinig stof opgewaaid. Het zou leuk als op deze website daar wel een impuls aan kan worden gegegeven. Nu schijnt de commentaarfunctie wat haperingen te vertonen dus da's niet bevordelijk. Maar gelukkig zijn er ook andere wegen om mij te bereiken (leonboer@home.nl). Dus schroom niet je reactie te geven! Gelukkig was "gastschrijver" Roeland van der Schaaf bereid een (zwaar) schot voor de boeg te doen! Hierbij zijn reactie.

Terecht stelt Léon dat een moderne PvdA-haan niet kan zonder een rode kam. Anno 2004 moet de sociaal democratie via haar beginselen duidelijk kunnen maken op welke punten haar maatschappelijke analyse en ambities afwijken van die van concurrerende politieke stromingen als het liberalisme en het conservatisme. Léon duidt aan dat de sleutel daarvoor zou kunnen liggen in verzet tegen de onmiskenbare meritocratische tendens in onze samenleving. Léon omschrijft deze tendens als volgt: “Meritocraten dichten hun prestaties louter aan zichzelf toe. Achterblijvers hebben hun achterstand derhalve louter aan zichzelf te danken. De meritocraten schromen daarom niet topinkomens te eisen.” Deze tendens is niet alleen zichtbaar via de “exhibitionistische” zelfverrijking aan de top van ons bedrijfsleven. In Elsevier vorige week stond bijvoorbeeld een verhelderend artikel over de maatschappijopvattingen van twintigers van nu. In die opvattingen domineerden inderdaad meritocratische opvattingen, waarbij maatschappelijk succes wordt gezien als slechts de verdienste van de persoon zelf. Keerzijde was dan vaak dat gebrek aan maatschappelijk succes dus ook de schuld is van de betreffende persoon zelf en geen maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Deze tendens verdient verzet vanuit de sociaal-democratie. Het oude begrip solidariteit is daarbij een kernbegrip. In het beginselmanifest van de PvdA wordt geen duidelijk beeld gegeven van wat solidariteit anno 2004 betekent. Solidariteit wordt in het moderne politieke jargon steeds meer verward met barmhartigheid: Goed en zorgzaam zijn voor de minder bedeelde in de wereld.

Hoe goed dit ook klinkt, dit is CDA-solidariteit. Solidariteit krijgt in deze variant vorm door de afhankelijkheid van de minder bedeelde van de goedbedeelde. Een sociaal-democratische invulling van solidariteit gaat juist uit van wederzijdse afhankelijkheid en verbinding. Solidariteit vanuit noodzaak in plaats van vanuit charitas. Charitas is het probleem niet. Goede bedoelingen zijn er anno 2004 te over, maar het is juist de solidariteit als noodzaak, de verbinding tussen mensen en maatschappelijke groepen, die in de moderne samenleving onder druk staat.

Daarvoor zijn naar mijn idee drie oorzaken:

1. De commercialisering en economisering van de samenleving
Steeds meer maatschappelijke domeinen vallen ten prooi aan commercialisering. Neem de media, de sport en in toenemende mate ook cultuur en politiek. Daarmee voldoen steeds meer domeinen aan dezelfde systematiek en taal van economische winstmaximalisatie. Een andere samenhangende ontwikkeling is de economisering of rationalisering van ons leven. Dit is het meest zichtbaar in ons dagelijks werk. Alles is tegenwoordige een ‘product’ of een ‘dienst’ waar uren en/of geld aan zijn gekoppeld. Het liefst ook nog met ISO-certificaat. Alles is opgedeeld in hapklare eenheden, waarbij werknemers niet meer zijn dan, inwisselbare, radertjes in een groot geheel. In een dergelijke systeemwereld is geen noodzaak tot verbinding of betrokkenheid met elkaar, tot solidariteit. Alles wat buiten dit systeem valt, is irrationeel.

2. De technocratisering van politiek, bestuur en samenleving
Het voorkomen en oplossen van problemen is de afgelopen jaren steeds meer een kwestie geworden van procedures en regels en steeds minder van menselijke intelligentie of inventiviteit. Er zijn nog maar weinig zaken waar geen uitgebreide regelgeving voor bestaat. Wetten en regels fungeren al lang niet meer als scheidsrechter voor wanneer mensen er zelf niet uitkomen. Wetten en regels hebben tegenwoordig een a-priori functie. Eerst de regels bestuderen, dan pas handelen. Dit betekent dat mensen voor het vinden van de weg in de samenleving andere mensen niet meer nodig hebben. We hebben toch regels! Het betekent ook dat mensen minder geneigd zijn om zelf om met elkaar problemen op te lossen. Het betekent tenslotte dat bij conflictoplossing heel snel de rechter wordt ingeschakeld. Dit leidt weer tot een verdere juridisering met als gevolg nog meer regels. Een dergelijke technocratisering (die ook de politiek volledig in zijn greep heeft gekregen!) van de samenleving leidt er toe dat mensen geen noodzaak voelen tot solidariteit met elkaar: Solidariteit? Daar zijn toch regels voor?

3. De globalisering en het uitkleden van de nationale overheid
De noodzaak tot solidariteit ontstaat uit een gemeenschappelijk ervaren belang. De globalisering zorgt ervoor dat bij veel mensen onduidelijk is met welke anderen wel of geen gemeenschappelijk belang bestaat. Is er nog zoiets als een Nederlands belang? Of is het allemaal Europees? Deze diffusie van verbindingen met anderen maakt de noodzaak tot solidariteit een stuk lastiger aan te tonen. De nationale staat is nog steeds de belangrijkste drager van solidariteit. Het is juist deze laag die de afgelopen jaren onder druk is komen te staan. Deels door een zekere onvermijdelijke decentralisatie, maar ook door een bewuste keuze. In het streven naar een Europese eenheid heeft bij veel leidende politici het idee postgevat dat Europese samenwerking gebaat is bij verzwakking van de nationale staten. Daarbij komt nog dat veel politici Europa of de globalisering misbruiken om nationale politieke keuzes er door te drukken (“het moet nu eenmaal van Brussel”, “we kunnen niet anders in deze globaliserende wereldeconomie”). Dit versterkt het gevoel bij burgers dat de nationale overheid er niet meer toe doet en dat nationale solidariteit ook geen nut en noodzaak meer heeft. Mensen weten niet meer met wie ze solidair moeten zijn, dus houdt het op.

Dat dit wegvallen van noodzakelijke solidariteit vervolgens leidt tot een meritocratische ieder-voor-zich samenleving is dan ook eigenlijk niet zo verwonderlijk. Sociaal-democraten zouden om deze ontwikkeling te keren dus een politiek programma moeten ontwerpen gericht op het doen ontstaan van noodzakelijke solidariteit. De discussie over het nieuwe beginselprogramma zou dan ook moeten gaan over welke beginselen leidend zijn in een dergelijke politieke visie.


Comments-[ comments.]

3.5.04

De nieuwe veren van de rode haan
De rode haan was lange tijd in de rui. De voorheen trotse rode haan liep er in zijn veerloze periode wat schor en snifferig bij. Even leek het er op dat Wouter Bos er daarom maar een soepkip van wou maken, maar hij kwam tot inkeer. Op 1 mei 2004 werd door Bos en Koole gewag gemaakt van nieuwe veren, vervat in een nieuw beginselmanifest.

Flets
Boer, wat zeg je van mijn Haan? De nieuwe haan is een verademing vergeleken met zijn voorganger. Hij kraait minder pedant en is veelkleuriger geworden. De haan lijkt zowaar vrolijk; niet alle leed rust op zijn schouders. Maar zijn nieuwe verenkleed is wat flets en minder herkenbaar. Zijn verenkleed verdient een rijkere schakering!

Machiavelli of Marx
De haan heeft daarbij meer te vinden bij Machiavelli dan Marx. Niet om een cynische, machtswellustige opperhaan te worden maar wel vanwege de republikeinse traditie van Machiavelli (en zijn neo-republikeinse nazaten). Zaken als betrokken burgerschap, het belang van interactie en debat en pluriformiteit vinden hierin hun fundament. In de sociaal-democratie is vaak instrumenteel met de politiek omgegaan. Door ons te laven aan het republikeinse gedachtegoed worden we politieker. Dit vereist een afscheid van het blauwdruk denken. Of in de woorden van de franse filosoof Claude Lefort: de democratie is onbepaald.

Rode kam
Een trotse PvdA haan kan echter niet zonder een rode kam. De PvdA zal sociaal zijn, of niet zijn. Niet het oude gelijkheids denken, waarbij met een zeis iedereen op een gelijk niveau wordt gemaaid. Ieder individu moet naar eigen aanleg en talent de ruimte te krijgen om zichzelf te ontwikkelen. Maar in deze samenleving komt enorme ongelijkheid voor die niet door verschil in aanleg en talent komt. Dit moeten we binnen de sociaal-democratie telkens weer ter discussie stellen!

Anti- meritocratie
In de samenleving is een meritocratische kaste ontstaan. Meritocraten dichten hun prestaties louter aan zichzelf toe. Achterblijvers hebben hun achterstand derhalve louter aan zichzelf te danken. De meritocraten schromen daarom niet topinkomens te eisen. Waarom gaan we niet in op het pleidooi van Michael Young (‘The Rise Of The Meritocracy’), die in zijn laatste artikel de sociaal-democratie (Blair) opriep de strijd aan te binden met de meritocratie. Waarom is dit niet in een statement in het manifest vervat?

Kortom: wil de nieuwe rode haan in het politieke kippenhok fier overeind blijven, dan zijn er nog stevigere en vastere veren nodig!

(Dit is een bewerking van mijn speeche op 1 mei in Menterwolde)



Comments-[ comments.]

26.4.04

Veenbrand
Genealogie blijft een eigenaardige hobby van mij. Doorgaans wordt dit bedreven door VUT'ers die het archief minutieus uitpluizen.Voor mij begint het dan pas. Het gaat mij om het verhaal er achter. En dat verhaal biedt inspiratie tot politiek handelen.

Dit bepaalt ook mijn blik op de Veenkoloniën. Vanuit de Statenfractie ben ik voorzitter van een werkgroep die zich met de Veenkoloniën bezig houdt. Enige tijd geleden kwamen oud minister Hoekstra c.s. met een rapport die problematiek van de Veenkoloniën landelijk onder de aandacht heeft gebracht. Er werd een stuurgroep gestart die de koe bij de hoorns moest vatten. De landelijke subsidiekraan viel echter tegen. Net toen de koe met de gouden hoorns naar de Veenkoloniën moest worden gelokt, werd ze grotendeels aan de bezuinigingen opgeofferd. Nu wordt er hard aan geknokt om successievelijk extra subsidies binnen te halen, maar de spirit ontbreekt soms wel een beetje. En dat is jammer.

Het imago van de Veenkoloniën blijft dat van een grauw, grijs kil en achtergebleven gebied. Een imago dat “we” zelf in stand blijven houden. Zo verzuchtte mijn VVD-collega Boumans onlangs op zijn weblog: “Woonden onze voorouders in het veengebied tot WOII niet nog gewoon in plaggenhutten en leefden zij niet in enorme armoede?”. Dit beeld is op z’n minst eenzijdig te noemen. Want aangezet door mijn familiegeschiedenis dan blijkt door naspeuren een geheel ander beeld van de Veenkoloniën. De Veenkoloniën waren eerder de Sillicon Valley van de 17e, 18e en 19e eeuw. De neergang kwam pas in de 20ste eeuw. Maar die neergang bepaalt, zie Boumans, wel de toon.

De Veenkoloniën trokken lange tijd als een magneet mensen van heinde en verre. Ze vormden economisch, sociaal en cultureel één grote ‘snelkookpan’, waardoor de dynamiek en expansie er vanaf spatte. Mijn oudste voorouders waren (Friese) katholieken die zich in de 17e eeuw (voor het veen is dat zeer vroeg) te Sappemeer vestigden. In weerwil van hun achternaam Boer (die zij al vroeg gebruikten) legden zij zich toe op de scheepsbouw en turfschipperij. Heel kenmerkend voor een pionierssamenleving switchten zij gemakkelijk van beroep. Zo begon mijn voorvader Fokke Jans Boer (1732-1816) mogelijk eerst als scheepstimmerman, kocht later met zijn vrouw een tjalk en stapte aan het einde van de 18e eeuw definitief aan wal. Hij investeerde in een boekweitmolen en wat land. Van zijn, naar goed katholiek gebruik, negen kinderen trouwden er niet minder dan drie met een Van der Werff (een bekende scheepsbouwersfamilie). Natuurlijk kan je een genealogie niet veralgemeniseren, maar lees je er wat om heen dan blijkt dat dit beeld van mijn familie voor de Veenkoloniën bepaald niet uitzonderlijk is geweest.

We mogen dit dynamisch beeld best wel wat meer uitdragen. Veenkolonialen lopen er niet zo mee te koop; hun geschiedenis is weliswaar kort, maar wel behoorlijk krachtig. En op die dynamiek kunnen we verder bouwen. Het gaat er om dat de ideeën over en vooral vanuit het gebied blijven opborrelen. Pas dan kunnen we in de Veenkoloniën de toekomst met open ogen tegemoet treden. Voor het welslagen van plannen is dit, juist ook bij tegenwind, onontbeerlijk. De politiek kan een goede rol vervullen door de “veenbrand” voortdurend op te stoken, de mensen en het gebied zijn het meer dan waard!
Comments-[ comments.]

This page is powered by Blogger. Isn't yours?