<$BlogRSDUrl$>

26.4.04

Veenbrand
Genealogie blijft een eigenaardige hobby van mij. Doorgaans wordt dit bedreven door VUT'ers die het archief minutieus uitpluizen.Voor mij begint het dan pas. Het gaat mij om het verhaal er achter. En dat verhaal biedt inspiratie tot politiek handelen.

Dit bepaalt ook mijn blik op de Veenkoloniën. Vanuit de Statenfractie ben ik voorzitter van een werkgroep die zich met de Veenkoloniën bezig houdt. Enige tijd geleden kwamen oud minister Hoekstra c.s. met een rapport die problematiek van de Veenkoloniën landelijk onder de aandacht heeft gebracht. Er werd een stuurgroep gestart die de koe bij de hoorns moest vatten. De landelijke subsidiekraan viel echter tegen. Net toen de koe met de gouden hoorns naar de Veenkoloniën moest worden gelokt, werd ze grotendeels aan de bezuinigingen opgeofferd. Nu wordt er hard aan geknokt om successievelijk extra subsidies binnen te halen, maar de spirit ontbreekt soms wel een beetje. En dat is jammer.

Het imago van de Veenkoloniën blijft dat van een grauw, grijs kil en achtergebleven gebied. Een imago dat “we” zelf in stand blijven houden. Zo verzuchtte mijn VVD-collega Boumans onlangs op zijn weblog: “Woonden onze voorouders in het veengebied tot WOII niet nog gewoon in plaggenhutten en leefden zij niet in enorme armoede?”. Dit beeld is op z’n minst eenzijdig te noemen. Want aangezet door mijn familiegeschiedenis dan blijkt door naspeuren een geheel ander beeld van de Veenkoloniën. De Veenkoloniën waren eerder de Sillicon Valley van de 17e, 18e en 19e eeuw. De neergang kwam pas in de 20ste eeuw. Maar die neergang bepaalt, zie Boumans, wel de toon.

De Veenkoloniën trokken lange tijd als een magneet mensen van heinde en verre. Ze vormden economisch, sociaal en cultureel één grote ‘snelkookpan’, waardoor de dynamiek en expansie er vanaf spatte. Mijn oudste voorouders waren (Friese) katholieken die zich in de 17e eeuw (voor het veen is dat zeer vroeg) te Sappemeer vestigden. In weerwil van hun achternaam Boer (die zij al vroeg gebruikten) legden zij zich toe op de scheepsbouw en turfschipperij. Heel kenmerkend voor een pionierssamenleving switchten zij gemakkelijk van beroep. Zo begon mijn voorvader Fokke Jans Boer (1732-1816) mogelijk eerst als scheepstimmerman, kocht later met zijn vrouw een tjalk en stapte aan het einde van de 18e eeuw definitief aan wal. Hij investeerde in een boekweitmolen en wat land. Van zijn, naar goed katholiek gebruik, negen kinderen trouwden er niet minder dan drie met een Van der Werff (een bekende scheepsbouwersfamilie). Natuurlijk kan je een genealogie niet veralgemeniseren, maar lees je er wat om heen dan blijkt dat dit beeld van mijn familie voor de Veenkoloniën bepaald niet uitzonderlijk is geweest.

We mogen dit dynamisch beeld best wel wat meer uitdragen. Veenkolonialen lopen er niet zo mee te koop; hun geschiedenis is weliswaar kort, maar wel behoorlijk krachtig. En op die dynamiek kunnen we verder bouwen. Het gaat er om dat de ideeën over en vooral vanuit het gebied blijven opborrelen. Pas dan kunnen we in de Veenkoloniën de toekomst met open ogen tegemoet treden. Voor het welslagen van plannen is dit, juist ook bij tegenwind, onontbeerlijk. De politiek kan een goede rol vervullen door de “veenbrand” voortdurend op te stoken, de mensen en het gebied zijn het meer dan waard!
Comments-[ comments.]

This page is powered by Blogger. Isn't yours?